Regionale samenwerking vanzelfsprekend?
Waarom werken we in Zuid-Limburg eigenlijk regionaal samen? Die vraag stelde ik onlangs aan het regioteam. We kwamen tot vijf antwoorden: om specialistische voorzieningen te waarborgen, gezamenlijk opdrachtgever te zijn, de transformatie van de jeugdhulp verder te brengen, kennis, data en expertise te delen en samen een strategische koers te volgen richting aanbieders en partners. Om dat waar te maken, hebben we iedereen in het jeugdhulplandschap nodig.
Als we elkaar zo hard nodig hebben, waarom is het dan zo moeilijk om samen stappen te zetten? Ieder jaar is het weer een flinke uitdaging om het eens te worden over wat we het jaar erop gaan doen, hoeveel uren we daarvoor van gemeenten nodig hebben en vooral: wat het mag kosten.
Aan inhoudelijke ambities ontbreekt het niet.
We willen kinderen vaker thuis ondersteunen, wisselingen van verblijfsplek beperken, pleegzorg versterken en cliënten en ervaringsdeskundigen beter betrekken. Ook willen we een Regionaal Expertise Team inrichten voor vastgelopen casussen. Daarvoor zetten we initiatieven op en voeren we aanbestedingen uit. En ja, dat kost geld.
Toch lijkt het soms alsof we ons dat pas realiseren wanneer de kosten voor het volgende jaar op een rij staan. Dan begint de discussie opnieuw: wat doen we wel en niet? Kan het ook een onsje minder? En hoeveel overhead mogen we aan elkaar doorbelasten?
Tja, gelukkig wist ik toen ik als regiomanager begon al, dat regionale samenwerking niet eenvoudig is. Maar als regioteam willen we die samenwerking wel vanzelfsprekender maken. Dat vraagt ook iets van ons allemaal. Hoe zorgen we ervoor dat we, ieder vanuit onze eigen rol, verder komen? Hoe zorgen we dat één plus één drie wordt?
Als het ons niet lukt elkaar vooruit te helpen, blijven we dezelfde discussies voeren. Terwijl we elkaar nodig hebben om de jeugdhulp te verbeteren. En we zijn ook nog eens wettelijk verplicht om samen te werken. Ook dat nog. :)
Een van onze aanbieders gaf me laatst een goed advies: werk meer aan vertrouwen in elkaar. Dat bleef hangen. Want als we die samenwerking vanzelfsprekender willen maken, hebben we allemaal iets te doen. Dus laten we naast de vraag ‘wat kost het?’ ook eens vragen: ‘wat kan ik zelf bijdragen om het te laten werken?’ Daar besteed ik gráág mijn energie graag aan.