Nieuwe financiële eisen bieden ruimte voor continuïteit én specialistische zorg
In juni 2026 informeerden we u over de actualisatie van de financiële eisen voor jeugdzorgaanbieders. Met het oog op de segmentoverstijgende aanbesteding zetten we de belangrijkste uitgangspunten nog eens op een rij.
Ons doel blijft hetzelfde: een stabiel en toekomstbestendig jeugdzorglandschap, met voldoende regionale dekking, continuïteit van zorg en behoud van specialistische expertise.
Waarom financiële eisen?
Financiële eisen geven inzicht in de financiële gezondheid van aanbieders. Tegelijkertijd willen we voorkomen dat deze eisen onbedoeld aanbieders uitsluiten die belangrijk zijn voor de regio, zoals kleine specialistische organisaties of aanbieders die werken aan financieel herstel.
Daarom kiezen we voor een tweesporenaanpak: realistische eisen bij de aanbesteding én risicogerichte monitoring tijdens de uitvoering van het contract.
1. Selectie: realistische en marktconforme eisen
Tijdens de aanbesteding gelden financiële eisen als geschiktheidseis. Daarbij hanteren we:
- een minimale current ratio van 1;
- eisen aan solvabiliteit en weerstandsvermogen, gebaseerd op sectorbenchmarks en een marktanalyse.
Zo blijft er ruimte voor zowel financieel gezonde aanbieders als aanbieders met een realistisch herstelperspectief. Op die manier behouden we een breed en divers zorgaanbod.
2. Monitoring: passend bij het risico
In de periode waarin de opdracht wordt uitgevoerd, blijven we de financiële gezondheid van aanbieders volgen. De intensiteit van die monitoring hangt af van het risico.
- Financieel stabiele aanbieders krijgen een lichte vorm van monitoring.
- Bij verhoogde risico's of signalen daarvan zetten we intensievere monitoring in.
Waar mogelijk sluiten we aan bij bestaande verantwoordingsmomenten, het Early Warning System (EWS) en periodieke overleggen. Zo beperken we de administratieve lasten.
Hoofdelijke aansprakelijkheid: samen verantwoordelijk voor continuïteit
Steeds vaker werken aanbieders samen in een combinatie, consortium of hoofd- en onderaannemerschap. In die situaties zijn zij gezamenlijk verantwoordelijk voor het leveren van de gecontracteerde zorg.
Omdat de overeenkomst wordt gesloten met één partij (de combinatie of hoofdaannemer), zijn alle betrokken aanbieders hoofdelijk aansprakelijk. Dat betekent dat de andere aanbieders de zorg overnemen of organiseren wanneer een samenwerkingspartner uitvalt, bijvoorbeeld door een faillissement.
De gezamenlijke verantwoordelijkheid betekent nadrukkelijk niet dat aanbieders schulden van een failliete partij moeten overnemen of financieel moeten ondersteunen. Zijn zorgprestaties al vergoed, dan maken de aanbieders hierover onderling afspraken.
Goede afspraken over taakverdeling, risico’s en regels zijn daarom essentieel. De jeugdregio ziet hier tijdens de contractperiode actief op toe.
Ruimte voor specialistische onderaannemers
Een goed dekkend jeugdzorglandschap vraagt om specialistische kennis. Daarom blijft er ruimte om met onderaannemers samen te werken.
Alleen onderaannemers op wie een hoofdaannemer een beroep doet voor de financiële draagkracht van de inschrijving, moeten aan dezelfde financiële eisen voldoen. Deze onderaannemers zijn, net als de hoofdaannemer, hoofdelijke aansprakelijkheid.
Voor kleine specialistische aanbieders en zzp'ers die niet bijdragen aan de financiële draagkracht van de inschrijving, gelden deze financiële eisen en hoofdelijke aansprakelijkheid niet. De hoofdaannemer blijft in deze situatie verantwoordelijk voor de continuïteit van de gecontracteerde zorg.
Uiteraard blijven de eisen aan vakbekwaamheid en beroepsbevoegdheid voor alle aanbieders gelden.
Tot slot
Met deze aanpak zorgen we voor een gezonde balans tussen financiële zekerheid en een toegankelijk zorglandschap. Zo behouden we voldoende regionale dekking, specialistische expertise en continuïteit van zorg voor jeugdigen en gezinnen in Zuid-Limburg.
Heeft u vragen over de financiële eisen of de toepassing ervan?
Neem dan contact op met het peter.breed [at] jeugdhulpzuidlimburg.nl.