1 oktober 2026 - Nieuws

‘Juist als de druk toeneemt, moeten we elkaar vasthouden’

Sinds 1 september is Carolien Nijsten regiomanager bij Bureau Jeugdzorg Limburg voor de regio Zuid. Een nieuwe functie, maar geen nieuwe organisatie: ze begon er in 2004 als jeugdbeschermer en werkte daarna als (senior) gedragswetenschapper. Die ervaring uit de praktijk neemt ze mee in haar nieuwe rol. Haar belangrijkste vraag bij nieuwe ontwikkelingen en het maken van werkafspraken is dan ook steeds: wat merkt het kind of gezin hier in positieve zin van?

Dat de inhoud ook in haar werk als regiomanager een belangrijke rol blijft spelen, vindt Carolien heel positief. Haar verantwoordelijkheden zijn breder geworden, maar haar ervaring uit de praktijk blijft bepalend voor de manier waarop zij naar haar werk kijkt.

Dat merkt ze onder meer bij het maken van samenwerkingsafspraken met gemeenten. Vanuit haar achtergrond kan ze goed beoordelen wat een afspraak in de dagelijkse praktijk betekent voor haar organisatie en medewerkers, maar vooral voor kinderen en gezinnen.

“Bij alles wat we doen, zou de eerste vraag moeten zijn: heeft dit meerwaarde voor het kind of gezin? Of richten we het vooral zo in omdat het beter past bij onze eigen bedrijfsvoering?”

Elkaar vasthouden als de druk stijgt

Carolien ziet dat de samenwerking tussen organisaties in de jeugdhulp de afgelopen jaren al is verbeterd. Professionals weten elkaar beter te vinden en investeren samen in leerbijeenkomsten en evaluaties om als keten te leren van zaken die minder goed zijn gelopen. Ook groeit volgens haar het besef dat geen enkele organisatie complexe situaties alleen kan oplossen.

Toch wordt samenwerken moeilijker zodra de druk stijgt en de veiligheidsrisico’s toenemen. “Als we over relatief eenvoudige situaties praten, zijn we het snel eens over wat er in het belang van kinderen en gezinnen zou moeten gebeuren, zowel op casusniveau alsook in de samenwerking. Maar zodra het echt ingewikkeld en spannend wordt, zie ik nog te vaak dat partijen terugvallen op hun eigen rol en naar elkaar wijzen daar waar het gaat om wie er aan zet en verantwoordelijk is.  

Juist op zulke momenten zijn vertrouwen en respect voor elkaars deskundigheid en rol nodig. Dat betekent niet dat alle betrokkenen het altijd met elkaar eens moeten zijn. Wel moeten zij naar elkaar blijven luisteren, elkaars rol erkennen en samen zoeken naar de best mogelijke oplossing. Carolien ziet in de praktijk dat deze samenwerking daadwerkelijk verschil kan maken. In sommige situaties werd alleen een passende oplossing gevonden doordat organisaties gezamenlijk verantwoordelijkheid namen en ‘out of the box’ wilden denken.

Sneller passende zorg

Een belangrijk knelpunt is het tijdig vinden van passende zorg voor kinderen en gezinnen met hoog complexe problemen. Carolien vergelijkt deze groep met patiënten op een intensive care. Wie dringend hoogspecialistische medische zorg nodig heeft, krijgt die zorg direct en belandt niet eerst op een wachtlijst. In de jeugdhulp is dat principe volgens haar nog lang niet vanzelfsprekend.

“Kinderen en gezinnen met hoog complexe problemen die we vaak in de jeugdbescherming tegenkomen zouden veel sneller gespecialiseerde hulp moeten krijgen van professionals die weten wat deze gezinnen nodig hebben. Toch moet ook deze zeer kwetsbare groep vaak lang wachten voordat passende hulp beschikbaar is.”

Om specialistische zorg sneller beschikbaar te maken voor kinderen en gezinnen die deze het hardst nodig hebben, moeten we volgens Carolien ook kritisch kijken naar welke vragen daadwerkelijk professionele behandeling of hulp vereisen. Niet ieder kind dat zich anders ontwikkelt, wat drukker is of tijdelijk vastloopt, heeft (specialistische) jeugdhulp nodig. Door normale verschillen tussen kinderen niet te snel als probleem te benaderen, blijft meer ruimte over voor gezinnen met complexe en urgente hulpvragen.

Duidelijke afspraken over mandaat

Naast schaarste ervaart Carolien in de praktijk soms onduidelijkheid over rollen en verantwoordelijkheden. In complexe of acute situaties kost de discussie over wie mag beslissen veel tijd en energie. Afspraken die op papier helder lijken, blijken in de praktijk weerbarstig.

Daarom vindt zij het positief dat professionals en organisaties via marktconsultaties al vroeg bij nieuwe aanbestedingen worden betrokken. De verbinding tussen beleid en praktijk moet volgens haar in het hele proces blijven bestaan: bij het maken van plannen, bij het toetsen van de uitvoerbaarheid én tijdens de uitvoering.

Carolien hoopt dat professionals in de toekomst steeds vaker merken dat organisaties elkaar ook onder druk weten vast te houden. Daarbij horen duidelijke spelregels: wie heeft op welk moment het mandaat, hoe wordt de deskundigheid van betrokken partijen meegewogen en wie hakt uiteindelijk de knoop door?


"Je hoeft het niet altijd met elkaar eens te zijn. Maar blijf luisteren, respecteer elkaars expertise en verantwoordelijkheid en houd elkaar vast. Alleen samen kunnen we ervoor zorgen dat kinderen en gezinnen de hulp krijgen die zij nodig hebben.”