Iedereen verdient een JIM: trainingen van start in Maastricht-Heuvelland
Op 28 mei maakten professionals uit de regio tijdens een inspiratiesessie kennis met de JIM-aanpak en de visie van Circulaire Zorg. De bijeenkomst liet zien hoe groot de invloed van het informele netwerk kan zijn op het leven van jeugdigen en gezinnen. Roel Jongen, Beleidsmedewerker jeugd, veiligheid en welzijn van de gemeente Gulpen-Wittem bezocht de inspiratiesessie en deelt zijn ervaringen.
Meer dan het betrekken van het netwerk
Voor Roel Jongen, beleidsmedewerker jeugd, veiligheid en welzijn bij de gemeente Gulpen-Wittem, maakte de inspiratiesessie vooral duidelijk wat JIM echt anders maakt: "Vaak ligt de focus op de hulpverlening of op de methodiek die wordt ingezet. De inspiratiesessie liet zien dat de grootste invloed juist bij het sociale netwerk van een jeugdige ligt. Het gaat daarbij niet alleen om het betrekken van het netwerk, maar vooral om het samenwerken mét het netwerk."
Een voorbeeld dat tijdens de bijeenkomst indruk maakte, was een oefening met acteurs en drie stoelen. Op de drie stoelen zaten de drie belangrijkste mensen in het leven van een jeugdige. Zodra een hulpverlener een stoel inneemt, verdwijnt iemand uit het eigen netwerk van die plek. Wanneer het hulptraject eindigt, vertrekt de hulpverlener weer, maar de lege stoel wordt niet automatisch opnieuw gevuld.
Volgens Roel laat dit zien hoe belangrijk het is dat gemeenten en zorgaanbieders niet de plaats innemen van het sociale netwerk, maar juist samenwerken met de mensen die al belangrijk zijn in het leven van een jeugdige.
Regie bij de jeugdige
Een belangrijk uitgangspunt van de JIM-aanpak is dat de jeugdige zelf kiest wie zijn of haar JIM wordt. Dat kan een tante, buurvrouw, sportcoach of andere vertrouwde persoon zijn. Juist doordat de keuze bij de jeugdige ligt, draagt de aanpak bij aan meer regie over het eigen leven.
Roel ziet daarin een belangrijke meerwaarde voor de jeugdhulp in Zuid-Limburg: "Een JIM kan de jeugdige helpen om behoeften en wensen in beeld te houden en mee te denken over zijn of haar ontwikkeling. Omdat deze persoon meestal langdurig betrokken is, ontstaat er ondersteuning die ook na afloop van professionele hulp beschikbaar blijft."
Trainingen en masterclasses in 2026
Om professionals verder kennis te laten maken met deze manier van werken, organiseert
FACTOR-i in 2026 verschillende trainingen en masterclasses in Maastricht-Heuvelland. Alle activiteiten zijn in 2026 kosteloos dankzij subsidie van BEL.
De trainingen richten zich op het versterken van de samenwerking met het informele netwerk en het duurzaam organiseren van ondersteuning rondom jeugdigen en gezinnen.
30 juli: summerschool voor jeugdconsulenten
Tijdens deze eendaagse summerschool leer je de ins en outs van de JIM-aanpak vanuit de visie op Circulaire Zorg. Deze dag is speciaal voor jeugdconsulenten met een doorverwijzende rol.
September: tweedaagse basistraining JIM (39,5 SKJ punten)
Tijdens de JIM-basistraining leren deelnemers hoe zij het informele netwerk van jeugdigen actief kunnen betrekken bij hulpverlening. De training wordt aangevuld met intervisie en een eindevaluatie en levert SKJ-punten op.
Er zijn nog voldoende plekken beschikbaar. Professionals die meer willen leren over de JIM-aanpak en Circulair Samenwerken kunnen zich aanmelden voor een van de bijeenkomsten. Scan de QR code op training naar keuze op de afbeelding hieronder en meld je aan!
Want uiteindelijk geldt: iedereen verdient een JIM
JIM staat voor Jouw Ingebrachte Mentor
JIM staat voor Jouw Ingebrachte Mentor: iemand die een jeugdige zelf kiest en vertrouwt, zoals een familielid, buur, sportcoach of andere belangrijke persoon. Een JIM blijft betrokken, ook als de professionele hulp is afgerond. Binnen de JIM-aanpak werken jeugdige, ouders, JIM en professional als gelijkwaardige partners samen.
De JIM-aanpak is gebaseerd op het principe van Circulair Samenwerken
Daarbij staat niet het probleem centraal, maar de samenwerking tussen jeugdige, gezin, informele netwerk en professionals. Het doel is om de eigen kracht van gezinnen beter in te zetten en duurzame ondersteuning te organiseren die ook na afloop van een hulptraject blijft bestaan.