A- A+
Samenwerking gedwongen kader

Wanneer Jeugdhulp op een vrijwillige manier te weinig effect heeft, kan worden opgeschaald naar het ‘gedwongen kader’. Hiervoor is een gerechtelijke uitspraak nodig. De Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) dient dan onderzoek te doen voor de rechtbank, voordat er een uitspraak gedaan wordt.

Subsidieregeling en Transformatieplan

In 2018 en begin 2019 is de samenwerking met de gecertificeerde instellingen opnieuw tegen het licht gehouden. Enerzijds is met alle overige Limburgse gemeenten besloten de verwerving van jeugdbescherming en jeugdreclassering voortaan via een Subsidieregeling te laten verlopen. Anderzijds is het gezamenlijke Transformatieplan Zichtbaar Verbinden LdH-WSG-BJZ in de regio Zuid-Limburg in uitvoering genomen. Ten slotte is er, opnieuw voor geheel Limburg, een nieuw Samenwerkingsprotocol GI’s en gemeenten Limburg afgesproken.

Zie hier informatie over de Contactpersonen GI’s per gemeente.

Het Samenwerkingsprotocol Raad voor de Kinderbescherming is ongewijzigd.

Overzicht Afspraken met de Gecertificeerde Instellingen

Bevoorschotting

De verwerving van de gecertificeerde instellingen verloopt vanaf 2019 via een subsidieregeling. Op basis van die regeling wordt voorafgaand een inschatting gemaakt van het in een jaar te verwachten aantal maatregelen, en wordt vervolgens op basis van de vooraf vastgestelde prijs van die maatregelen een voorschot betaald. Na afloop van het jaar wordt dan definitief afgerekend op basis van de werkelijke ingezette maatregelen. Deze systematiek en de bijbehorende tarieven gelden uniform voor alle gemeenten in heel Limburg.

 

Berichtenverkeer

De GI’s zullen zo veel als mogelijk gebruik maken van het berichtenverkeer. Hierdoor kan een additionele uitvraag van gegevens worden vermeden. Alleen de berichten noodzakelijk voor de facturatie worden niet gebruikt, omdat we bevoorschottingsafspraken hebben gemaakt. Het Administratieve Proces Berichtenverkeer ziet er op hoofdlijnen als volgt uit.

Naast het berichtenverkeer zal ook het gebruik maken van CORV niet wijzigen.

 

Continuïteit

Bij maatregelen in het gedwongen kader gaat het om kinderen/jongeren met een zekere kwetsbaarheid. Continuïteit van de relatie met de hulpverlener is in zijn algemeenheid van groot belang. Daarnaast is natuurlijk ook van belang dat er sprake is van continuïteit van de GI als organisatie.

Met het oog op de gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeenten en GI’s om problemen op dit punt te voorkomen is er in de Subsidieregeling een meldplicht opgenomen als er bij een GI omstandigheden dreigen die ofwel de continuïteit van de organisatie in gevaar brengen, ofwel er toe leiden dat gezinnen met veel wisselende hulpverleners van de GI worden geconfronteerd. Hierbij gaat het om omstandigheden waardoor de certificeringseisen in gedrang komen, de continuïteit van zorg in gedrang komt door onvoldoende capaciteit bij een GI of als de GI in gevaar komt door problemen in de bedrijfsvoering.

 

Exitplan

Wanneer ondanks de gezamenlijke zorg voor continuïteit van de organisatie een GI zodanig in de problemen komt dat de organisatie omvalt, dient de hulpverlening op een voor kinderen/jongeren/gezinnen zo soepel mogelijke wijze te worden voortgezet door een andere GI. Om die situatie te begeleiden is in de Subsidieregeling een exitplan gevraagd van elke GI. In dit plan geeft de GI aan op welke wijze ze de voortzetting van de uitvoering van maatregelen zal overdragen. Het exitplan maakt dus deel uit van de afspraken met de betrokken GI.

 

Continuïteit van personele inzet

Een bijzondere vorm van continuïteit is die in de inzet van de gezinsvoogd of jeugdreclasseerder in een casus. Wisselingen daarin worden in beginsel niet gewenst geacht voor de jongere/ouders, maar zullen ook een effect hebben op de doorlooptijden, omdat er altijd een fase van gewenning aan de nieuwe gezinsvoogd/jeugdreclasseerder noodzakelijk is. Daarom stelt de Subsidieregeling op dit punt eisen, en wordt dat in de kwartaalgesprekken met de GI’s gemonitord.

 

Aansluiten bij werkwijze gemeente

In de Subsidieregeling is opgenomen dat de GI’s bij de uitvoering van jeugdbeschermingsmaatregelen aansluiten bij de in de gemeente gebruikelijke werkwijze met betrekking tot de toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van voorzieningen op het gebied van de jeugdhulp. In het Transformatieplan Zichtbaar Verbinden in Zuid-Limburg was dat ook al als uitgangspunt geformuleerd. In dit kader zijn er werkafspraken gemaakt over de samenwerking voor, tijdens en na de maatregel, én de samenwerking rond bepalingen. Zie hieronder de werkprocessen.

Werkproces – Bepaling jeugdhulp

Werkproces – Einde JR Maatregel en bereiken meerderjarigheid tijdens JR Maatregel

Werkproces – Opschalen naar OTS

Werkproces – Niet Verlengen en Afschalen OTS en einde OTS- en Voogdijmaatregel bij meerderjarigheid

 

1Gezin,1Plan,1Regisseur

Ook tijdens de uitvoering van de jeugdbeschermingsmaatregel wordt gewerkt volgens het gedachtegoed van de methodiek 1Gezin,1Plan. Tijdens de maatregel voert de gezinsvoogd de regie, en is hij/zij dus verantwoordelijk voor het goede verloop van de communicatie/afspraken tussen alle betrokkenen. Daartoe gebruikt ook de gezinsvoogd het gezinsplan. Het gezinsplan hoeft lopende de maatregel niet naar de gemeente te worden gestuurd, als de gemeente geen deel meer uitmaakt van de bij het gezinsplan betrokkenen rond een gezin.

Ook bij afsluiten van de maatregel, waarbij vaak sprake zal zijn van afschalen van hulpverlening, is een actueel gezinsplan uitgangspunt. Feitelijk is de gedachte dat er geen zaak op de beschermtafel (opschalen) komt zonder gezinsplan, én dat er geen zaak op de omgekeerde beschermtafel (afschalen) komt zonder gezinsplan. Zie de stroomschema’s onder het thema 1g1p1r via de link (https://www.jeugdhulpzuidlimburg.nl/een-gezin-een-plan/).

 

Toekomstplan

Het is van belang dat er geen breuk optreedt in noodzakelijke hulpverlening voor een jongere als deze meerderjarig wordt. Ook dan is continuïteit geboden (18-/18+ problematiek). Met het oog daarop bevat de Subsidieregeling de verplichting voor de GI om uiterlijk een half jaar voor het bereiken van de meerderjarige leeftijd van de jeugdige waarop de gezagsmaatregel betrekking heeft een toekomstplan op te stellen. Dit plan wordt opgeteld met alle relevante betrokkenen, waartoe vanzelfsprekend in elk geval de jongere en het gezin behoren. De onder het kopje ‘Aansluiten bij werkwijze gemeente’ opgenomen werkprocessen bevatten dan ook afspraken over de situatie dat maatregelen worden afgesloten als gevolg van het naderen van de meerderjarigheid van jongeren.

 

Professionaliteit

De effectiviteit van de verleende hulp is in grote mate afhankelijk van de kwaliteit en houding van de desbetreffende hulpverlener. Daarom worden aan de GI eisen gesteld in het kader van de structurele zorg voor professionalisering van de medewerkers. Dit is ook onderdeel van de certificeringseisen. In de Subsidieregeling wordt daar nog aan toegevoegd dat de GI die voor deze regeling in aanmerking wil komen ook specifieke kennis en kunde heeft op het gebied van complexe echtscheidingsproblematiek.

 

Wachttijden en doorlooptijden

In de Subsidieregeling is een bepaling opgenomen dat er geen sprake mag zijn van langere wachttijden dan neergelegd in de certificeringseisen. Dit betekent dat er niet meer dan 5 werkdagen mogen verstrijken tussen de datum van de beschikking van de Rechtbank en het eerste face-to-face contact van jongere/ouders met de gezinsvoogd.

In de monitoringgesprekken (kwartaalgesprekken) die de gemeente met de GI’s zullen houden zal dit ook worden getoetst. In die gesprekken komen ook de doorlooptijden van de maatregelen aan de orde. Deze zijn onderwerp van gesprek geweest naar aanleiding van het Transformatieplan, maar ook de subsidieregeling stelt de eis dat de GI’s duidelijke maatregelen nemen om de doorlooptijd van de maatregelen te verkorten (natuurlijk zonder daarmee de kans op terugval naar een maatregel te vergroten).

 

Intrekken subsidie

Met de subsidieregeling streven de gemeenten in Limburg er in beginsel naar om langduriger samenwerkingsrelaties aan te gaan. Dat neemt niet weg dat in de Subsidieregeling ook een bepaling is neergelegd die regelt dat een verleende subsidie kan worden ingetrokken. Hiervan zal sprake zijn als het niet meer aannemelijk is dat een GI kan beschikken over het kwalitatief en kwantitatief benodigde personeel voor de uitvoering van haar taken, ofwel er sprake is van frauduleus handelen, danwel er sprake is van een handelen of nalaten van de GI waardoor de zorgcontinuïteit in gedrang komt.