A- A+
Hoe zorgen we ervoor dat hulp in een gezin op elkaar wordt afgestemd?

Één gezin, één plan, één regisseur en nieuw format Gezinsplan

Werkwijze Één gezin, één plan, één regisseur

De gemeenten in Zuid-Limburg werken op basis van de werkwijze 1Gezin 1Plan 1Regisseur (1G1P1R). Dit is ook de basis van de Jeugdwet. In onze contractuele afspraken met jeugdhulpaanbieders zijn afspraken gemaakt over deze werkwijze.

Als regio wordt er gewerkt aan een meer eenduidige werkwijze en is er een format ontwikkeld voor het ‘Gezinsplan’ dat dient als communicatiemiddel tussen het gezin en hulpverleners.

De werkwijze 1G1P1R is erop gericht dat gezinnen/cliënten met problematiek waarbij meerdere hulpverleners betrokken zijn, zelf de regie kunnen voeren over hun ondersteuning. Het gezamenlijk met het gezin opstellen en periodiek monitoren van een Gezinsplan dient bij te dragen aan een goede afstemming tussen het gezin en betrokken hulpverleners. Hierdoor zal het beter lukken om regie te voeren en de gestelde doelstellingen te realiseren.

Het Gezinsplan (format)

Onlangs is het nieuwe format Gezinsplan (voorheen 1G1P) geïntroduceerd. De aard en opzet van het format is gewijzigd. Het Gezinsplan is primair bedoeld als communicatietool tussen verschillende zorgaanbieders die betrokken zijn bij een gezin. Het is een middel waarin heldere en SMART afspraken en resultaten, verantwoordelijkheden en regie belegd en geborgd kan worden.

 

Hier vindt u het format voor het gezinsplan  dat ontwikkeld is in de regio Zuid-Limburg. Hier vindt u de bijbehorende invulinstructie .

Route via gemeentelijke toegang

Als een gezin zich meldt bij een gemeentelijke toegang zal deze samen met het gezin een vraagverheldering uitvoeren om vervolgens samen te komen tot een Gezinsplan.

De gemeentelijke toegang kan dit plan en de gestelde doelen in het plan gebruiken om een voorziening aan het gezin toe te kennen. Een jeugdhulpaanbieder kan vervolgens aan de slag met de toegewezen doelstelling(en) en werkt deze uit in een eigen plan van aanpak/behandelplan.

 

Handtekeningen ouders voor het aanvragen van een individuele maatwerkvoorziening Jeugd

Volgens de Jeugdwet kan elke belanghebbende een aanvraag voor een individuele voorziening (jeugdhulp) indienen. De aanvraag dient door deze belanghebbende ondertekend te worden. Het is dus niet nodig dat alle belanghebbenden de aanvraag ondertekenen! De gemeentelijke toegang is verantwoordelijk voor het zorgen voor deze handtekening voor de aanvraag. De gemeentelijke toegangen hebben hiervoor een eigen aanvraagformulier.

Gezien het doel van het Gezinsplan (een communicatietool tussen ouders en betrokken hulpverleners), hoeft het gezinsplan niet ondertekend te worden.

Het Gezinsplan kan wel gebruikt worden als onderlegger bij het aanvragen van jeugdhulp. Wanneer de gemeentelijke toegang is betrokken, zullen zij het Gezinsplan opstellen. Omdat het Gezinsplan gedeeld moet kunnen worden met betrokken partijen, dient er altijd een toestemmingsverklaring bijgevoegd te worden. Deze wordt toegevoegd door de gemeentelijke toegang.

 

De (huis)artsen route

Als een gezin met problematiek zich meldt bij een (huis)arts en een verwijzing krijgt voor jeugdhulp, zal de betreffende jeugdhulpaanbieder bij de gemeente verzoeken om een ‘toewijzing’ voor deze hulp via het berichtenverkeer (315 bericht). De aanbieder is dan aan zet om samen met het gezin een vraagverheldering uit te voeren. Als blijkt dat er meerdere hulpverleners betrokken zijn bij het gezin moet er een Gezinsplan opgesteld (of aangevuld) worden. Als de problematiek enkelvoudig is en er geen andere hulpverleners betrokken zijn bij het gezin volstaat een plan van aanpak. Ook moet de zorgaanbieder zorgen voor een getekende toestemmingsverklaring.

Met de GGZ aanbieders zijn afspraken gemaakt over het hanteren van het Plan van Aanpak als onderlegger bij de aanvraag jeugdhulp. Dit plan kan hier nog steeds voor gebruikt worden. De aanbieder overlegt dit, met toestemming van de cliënt, aan de gemeentelijke toegang. De toestemming wordt vastgelegd in de toestemmingsverklaring.

Als de problematiek meervoudig is of er meerdere hulpverleners betrokken zijn in een gezin dienen de GGZ aanbieders, net als alle gecontracteerde aanbieders, echter ook een gezinsplan op te stellen/mee te werken aan een aanvulling. Dit is bedoeld als communicatietool tussen het gezin en de betrokken hulpverleners en niet als onderlegger voor de toewijzing van jeugdhulp. Deze eis is opgenomen in de DVO en geldt voor alle zorgaanbieders. Gemeenten zullen in de loop van 2019 controles uitvoeren om de naleving hiervan te monitoren.

Route via Gecertificeerde Instellingen (indien er sprake is van een maatregel)

 Als er een jeugdbeschermingsmaatregel is uitgesproken in een gezin en de betrokken Gecertificeerde Instelling vindt het noodzakelijk om jeugdhulp in te zetten voor het gezin, dient deze GI te zorgen voor het aanvullen van het Gezinsplan dat in het vrijwillig kader reeds opgesteld moet zijn.

Onderstaande stroomschema’s geven de nieuwe werkwijze per verwijsroute weer.

Doorontwikkelingen

Als regio werken we aan de digitalisering van het Gezinsplan. Dit digitale systeem moet de communicatie tussen gezin en hulpverleners nog meer ondersteunen. Hiervoor zal een aanbestedingsprocedure gestart worden die eind 2019 moet leiden tot een gunning en implementatie van een digitaal Gezinsplan.

Ook wordt er doorontwikkeld op de werkwijze van het 1G1P1R. Er wordt in 2019 geïnvesteerd in een verdere uniformering van deze werkwijze bij de gemeentelijke toegangsteams. Het vormgeven van Regie is daarbij een aandachtspunt.